Bouw in Copilot Studio de Update-agent volgens stap 3. Zet de Page-template klaar volgens stap 4. Laat de agent een week in shadow-modus draaien: de agent maakt de Page met DRAFT-SHADOW-watermerk, maar jij schrijft de echte update nog handmatig. Vergelijk de twee: waar scoorde de agent goed, waar mistte hij framing, waar hallucineerde hij feiten.
-
Project kiezen en bron-content structureren
Kies een project met een stabiel rapportage-ritme en drie afgebakende stakeholder-groepen. Leg een sub-map 'shared' aan in de SharePoint-projectmap met alleen goedgekeurde documenten. Scenario A: IT-projectmanager met tweewekelijkse update voor migratie-project, SharePoint-map als bron, drie views voor stuurgroep, klant en scrum-team. Scenario B: Programmalead finance met maandelijkse portfolio-update, zes deelprojecten in SharePoint, drie views voor CFO-committee, board en audit-trail. -
Page-template klaarzetten met drie views
Maak eenmalig handmatig een Copilot Page met vier secties: MANAGEMENT, KLANT, TEAM en VOLGENDE WEEK (lege placeholder). Sla de Page-URL op. Gebruik prompt 2 als basis voor de custom-instructions op het template. Deze structuur kopieert de agent bij elke run. -
Agent beschrijven en shadow-modus activeren
Open Copilot Studio en maak een nieuwe agent. Gebruik prompt 1 met jouw projectnaam, SharePoint-URL (sub-map 'shared'), Teams-kanaal en Page-template-URL ingevuld. Zet shadow-modus aan: Page krijgt DRAFT-SHADOW-watermerk. Laat de agent de eerste trigger afvuren. Vergelijk de agent-output met jouw handmatig geschreven update van dezelfde week.
Hint: Kijk in je shadow-run-Page specifiek naar sectie 1 (management): dat is waar verkeerde framing de meeste schade doet. Als de agent een technisch probleem als risico markeert waar het eigenlijk een routine-ding is, leer dan niet door de agent-instructies te vullen met uitzonderingen, maar door de bron-content beter te cureren in de sub-map 'shared'.