Pak een SharePoint-site of -map die je dagelijks onderhoudt. Voer stap 1 tot en met 4 uit: scope kiezen, agent beschrijven via natural language in Agent Builder, test met drie in-scope vragen en drie instinkers, en stuur de instructions bij. Meet hoeveel tijd van idee tot werkende agent.
-
SharePoint-scope kiezen en eigenaar-check
Kies één coherent kennisdomein als scope. Check dat je eigenaar of editor bent op die SharePoint-site of -map. Als je alleen lees-rechten hebt, kun je de agent niet koppelen aan die bron. Scenario A: HR-beleidsagent; verlof, onkosten, thuiswerk als scope, doelgroep is het hele kantoor. Scenario B: Projectnavigator-agent; een lopende project-SharePoint als scope, doelgroep is het projectteam van twaalf mensen. -
Agent beschrijven via Describe-tab
Open Microsoft 365 Copilot, klik op Create agent. Kies de Describe-tab. Plak prompt 1 met jouw doelgroep, SharePoint-URL, toon en fallback ingevuld. Controleer het gegenereerde resultaat: naam (max 30 tekens), description (max 1000), instructions (max 8000). Stuur bij waar het genereerde resultaat te generiek is. -
Knowledge source controleren op Ready-status
Ga naar het Knowledge-tabblad in Agent Builder. Controleer dat de SharePoint-URL zichtbaar is. Wacht tot de status-indicator Ready is. Als de status nog Preparing is: wacht twee minuten en ververs de pagina. Publiceer of test pas na Ready-status. -
In-scope vragen en instinkers testen in Try it-tab
Open de Try it-tab in Agent Builder. Stel drie vragen die in scope zijn. Controleer: geeft de agent een antwoord met een clickable bronverwijzing naar jouw SharePoint? Stel daarna drie instinkers. Als de agent generieke antwoorden geeft: plak prompt 2 (instructions bijsturen) en test opnieuw.
Hint: Als de agent in de Try it-tab rare antwoorden geeft, ligt dat meestal aan een te brede description of te weinig expliciete fallback in de instructions. Voer niet meer bronnen toe; scherp eerst de tekst aan.