Lees de twee gegenereerde beslisdocumenten uit de les: Quick response-versie en Think deeper-versie, beide uit dezelfde brainstorm-notities plus dezelfde prompt. Identificeer per categorie waar ze verschillen.
-
Lees de Quick response-versie
Bekijk de Quick response-output hierboven. Welke elementen zijn aanwezig? Markeer in gedachten: zijn de drie opties helder, is de aanbeveling met onderbouwing, zijn er vervolgstappen per optie? Noteer wat je mist ten opzichte van wat je zou verwachten in een MT-document. -
Lees de Think deeper-versie
Bekijk de Think deeper-output. Loop de vier categorieën langs: (a) tegenargument bij de aanbeveling, (b) expliciete aannames die nog niet bevestigd zijn, (c) risico-analyse per optie, (d) genuanceerde conclusie die conditioneel is. Welke staan in Think deeper maar niet in Quick? -
Schrijf je eigen principe
Noteer in één of twee zinnen: voor welk type document kies jij voortaan bewust Think deeper? Gebruik de formulering: 'Als het document naar [doelgroep] gaat en de kern is [type beslissing], dan Think deeper. Voor [ander type] is Quick of Auto genoeg.'
Hint: Zoek niet naar 'meer woorden' of 'mooiere structuur'. Zoek naar elementen die een besluitvormer iets toevoegen dat hij zelf nog niet had gezien. Dat is de waarde van reasoning-modellen voor beslisdocumenten.